Mededelingenblad van de Leuvense Germanisten
Jaargang 28 (2015) nr. 2

Naar overzicht

Philip Heymans (promotie 2000)
VRT-journalist

Philip Heymans

Philip Heymans is journalist in hart en nieren. Ook in zijn vrije tijd laat zijn job hem niet los. Van jongs af wist hij al dat het zijn absolute droomjob was. Hij ontvangt ons op de nieuwsdienst van de VRT, waar we samen met hem herinneringen uit zijn studententijd ophalen. Hij vertelt ons over zijn interesse in justitie, over Willem Elsschot en ook over zijn eigen beroepsmisvorming.

Heymans studeerde Germaanse talen van 1996 tot 2000. Nu is hij radiojournalist bij de VRT. Hij bewaart goede herinneringen aan zijn studententijd maar ook aan zijn professoren. Joop van der Horst was volgens Heymans een professor die boeiend kon vertellen. “Hij kon dingen op een menselijke manier brengen”, zegt Heymans. Dat was ook het geval met zijn collega, professor Geert Claassens. De Nederlandse achtergrond van die professoren speelt daar waarschijnlijk een rol in. Heymans vertelt ons ook over de bijzondere manier van doceren van Guido Latré. Die professor werkte veel met videofragmenten. “Dus als je het verduisterde lokaal binnenkwam, speelde er middeleeuwse muziek. Hij speelde eerst een stukje Shakespeare na en begon dan met de les. Hij stond eigenlijk wel vaak toneel te spelen”, herinnert Heymans zich.

Uitgaan maakt deel uit van het studentenleven. Zoals veel studenten ging Heymans graag uit op de Oude Markt. Maar je kon hem het vaakst vinden in de fakbar Letteren. Vooral gedurende zijn licentiaatsjaren bracht hij daar veel tijd door. Het werd zijn tweede thuis. Na enkele jaren aan de universiteit kon hij immers beter inschatten wat er van hem werd verwacht. Hoewel hij nooit lid is geweest van het presidium, heeft hij wel enkele dingen mee georganiseerd. Hij vertelt ons met graagte een anekdote van toen hij Sinterklaas speelde in de aula. Hij kreeg professor Marcel De Smedt zover dat hij op de knieën van Sinterklaas ging zitten!

Heymans heeft ook wel eens betoogd tijdens zijn studententijd. Zo heeft hij samen met zijn medestudenten tegen de sluiting van het restaurantje in het Erasmushuis een sit-in georganiseerd. Dat restaurant werd door een ouder koppel uitgebaat. Vlak voor ze met pensioen zouden gaan, heeft de universiteit beslist om het restaurant te sluiten om meer ruimte beschikbaar te maken voor computerklassen. Dat vond Heymans echt jammer want die mensen maakten erg lekkere spaghetti.

Heymans vertelt dat maar een minderheid van de studenten in zijn tijd op Erasmus ging. Ook hij besloot om niet aan dat programma deel te nemen. Hij was namelijk heel actief bij de scouts en vond dat hij het niet kon maken om een half jaar te verdwijnen. “Achteraf bekeken is het jammer dat ik die kans niet heb gegrepen. Maar ik heb me hier ook wel geamuseerd”, vertelt hij.

Jong geleerd, oud gedaan

Heymans heeft nog persoonlijk en professioneel contact met anderen die ook Germaanse talen studeerden. Hij vertrouwt ons toe dat veel medestudenten in de media beland zijn. Bijvoorbeeld Stijn de Groote en Steffy Merlevede, die nu allebei voor Sporza werken. Heymans vindt het leuk om te zien waar iedereen terechtgekomen is, zelfs al heeft hij meer dan tien jaar geen contact meer met hen gehad. Jeroen Overmeer en Piet Baete waren tien jaar geleden zijn beste vrienden en af en toe komen ze nog eens samen.

Soms heeft Heymans heimwee naar zijn studententijd. Een tijdje geleden is hij met Jeroen en Piet in Leuven uitgegaan, maar de studententijd, die komt nooit meer terug. “Die onbezorgdheid van toen was leuk, maar anderzijds komen er met leeftijd en ervaring weer andere dingen naar boven die ook hun charme hebben”, concludeert hij.

Na zijn studententijd heeft hij nog een tijdje in Leuven gewoond, maar hij hield het na vier jaar voor bekeken. “Als je elke vrijdagochtend tussen de kapotgesjotte vuilniszakken naar je werk moet laveren, voel je je er als volwassene niet meer zo thuis.” Leuven blijft immers een studentenstad. Als hij er nog eens komt, komen de herinneringen wel snel weer naar boven.

“Een job vinden? Daar heb ik veel geluk in gehad.”

Toen zijn studie erop zat, vond hij onmiddellijk een job. Tijdens het postgraduaat journalistiek kon hij deelnemen aan een examen van de VRT‑nieuwsdienst. Tijdens dat laatste jaar kreeg hij ook de kans om stage te lopen op diezelfde nieuwsdienst. Alle puzzelstukjes vielen dus mooi in elkaar. Net toen zijn stage begon, kreeg hij te horen dat hij geslaagd was voor het examen. Nadat hij zijn studie had afgerond, kon hij meteen beginnen.

Heymans begon aan zijn journalistieke carrière met het idee om ooit politiek verslaggever te worden. Maar gaandeweg ontdekte hij wat hem echt interesseerde: justitie. Terwijl de andere journalisten een welverdiende rustpauze namen om te bekomen van de zaak-Dutroux, kon hij de zaak-Fourniret op zijn naam schrijven. Toen er enkele jaren later een plaats vrij kwam in de cel justitie, wist hij dat hij deze kans niet kon laten liggen. In 2010 schreef hij een boek over het misbruik in de kerk. Dat boek maakte deel uit van een actualiteitsreeks die als doel had om burgers die er nood aan hadden, te informeren over de stand van zaken. Daarbij kwam zijn studie Germaanse talen goed van pas. Als hij terugdenkt aan zijn thesis, is zijn idee over teksten schrijven nu helemaal veranderd: “Je bent zoveel met taal en teksten bezig dat je na verloop van tijd wel weet hoe een goede tekst er uitziet. Anderzijds, als ik nu mijn thesis van destijds lees… Toen dacht ik vooral dat het heel ingewikkeld moest lijken, zodat iedereen zou denken dat ik geweldig intelligent was. Maar als je hier nu zit, dan besef je dat het veel moeilijker is om een gemakkelijke tekst te schrijven, dan om een ingewikkelde tekst te schrijven.” Hij begint met passie te vertellen over zijn favoriete auteur, Willem Elsschot. “Elsschot was iemand die schijnbaar met weinig woorden toch een geweldig verhaal kon vertellen. Die simpelheid van Elsschot, daar moet je naar streven. Je moet geen moeilijke zinsconstructies of woorden gebruiken, maar gewoon op een normale manier vertellen. Ik denk dat je mensen daar veel meer mee kan raken, en hen veel meer duidelijk kan maken dan als je het moeilijk gaat maken.”

“Als journalist werken vind ik nog steeds de perfecte job.”

Voortdurend nieuwe mensen leren kennen en de onvoorspelbaarheid maken het beroep van journalist voor hem zo boeiend en verrijkend. Op weg naar een interview maakt hij die bedenking wel eens bij zichzelf. ”Er zijn dagen dat ik onafgebroken achter mijn computer zit, maar gelukkig is dat niet elke dag het geval. Ik kom buiten, ik ontmoet heel veel mensen waarvan ik achteraf denk: ik ben toch blij dat ik met die mensen gesproken heb en dat ik weer iets heb bijgeleerd.” Hij licht toe dat justitie een heel interessant veld is om te volgen omdat je de mens daar vaak in extreme gedaanten ziet. “Je hoort allerlei verhalen tijdens het proces en dan zit je soms de vergelijking te maken en vraag je je af of het jou ook zou kunnen overkomen. Wat is er nodig om van iemand een misdadiger of een moordenaar te maken? Soms maar een paar kleine dingen in het leven, hè – een onnozel toeval waardoor je leven een heel andere wending kan nemen bijvoorbeeld, en zoiets leer je door in de rechtszaal aanwezig te zijn.” Daarnaast is Heymans voorzitter van de deontologische raad van de VRT. “Collega’s komen ons vragen: hoe zit het daar ook al weer mee? We luisteren en denken samen na, want deontologie is redelijk flou. Er zijn heel weinig zwart-witregels. Er zijn er een paar, maar meestal is het zoeken naar welke afwegingen we zullen maken.”

“Als journalist werken vind ik voorlopig nog steeds de perfecte job”, verklaart hij overtuigd. Of hij altijd hetzelfde wil blijven doen is een andere vraag. “Gedurende vijf uren op een koude bank zitten bij een rechtszaak, om uiteindelijk te horen dat het toch niet de moeite was of elke dag opnieuw achter van alles aan crossen… Ik weet ook niet of je dat fysiek blijft volhouden. Maar zolang ik het kan volhouden, zal ik het leuk blijven vinden.” Als Heymans echt zou moeten kiezen, zou politiewerk hem wel wat zeggen. “Dat is wat beroepsmisvorming waarschijnlijk”, vult hij aan. Onderwijs vindt hij ook nog altijd een interessante keuze omdat dat lijkt op wat hij nu doet. “Op een bepaald ogenblik heb je een grote hoeveelheid kennis en moet je die overbrengen aan een publiek dat die kennis nog niet heeft. Dat wil je op een zo goed mogelijke manier doen.” Maar toch wist hij al van in het middelbaar dat hij radiojournalist wilde worden. De keuze voor Germaanse talen was dus een bewuste keuze. Hij was er immers van overtuigd dat taalgevoel een belangrijke rol zou gaan spelen in zijn professioneel leven. Als hij nu opnieuw zou moeten kiezen, zou zijn voorkeur nog steeds uitgaan naar Germaanse talen.

Joke Jacobs
Justine Klepper
Katrien Van Praet