In memoriam Frans van Coetsem (1919-2002)

door Annemarie Schaerlaekens


Op 11 februari 2002 overleed in zijn woning in Ithaca in de staat New York Frans van Coetsem, die in 1965 mede-oprichter was van de logopedie te Leuven.

Frans van Coetsem werd geboren te Geraardsbergen op 14 april 1919. Nog als jong kind verloor hij beide ouders, wat wellicht de grote gevoeligheid, die hem kenmerkte, mede heeft bepaald.
Hij studeerde Germaanse filologie aan de universiteit van Leuven waar hij in 1946 het licentiediploma, en in 1952 het doctoraat behaalde met een studie over de klank- en vormleer van het Geraardsbergs dialect. Hij werd al snel medewerker van het woordenboek der Nederlandse taal. In 1956 behaalde hij de graad van geaggregeerde van het hoger onderwijs, met een studie over het systeem van de sterke werkwoorden in het Oudgermaans vanuit een structuralistisch perspectief. Zijn promotor was L. Grootaers voor wie hij steeds een diepe verering is blijven koesteren. Met trots vertelde hij steeds dat hij de persoonlijke toga van professor Grootaers droeg.

In 1957 werd Van Coetsem opvolger van Grootaers te Leuven, vanaf 1963 was hij tegelijk hoogleraar in de Oudgermanistiek aan de Rijksuniversiteit te Leiden. Zijn werkweek speelde zich in die tijd van maandag tot woensdag af te Leiden, en de rest van de week te Leuven. In Leuven doceerde hij naast structurele taalkunde ook fonetiek aan alle beginnende germanisten. Hij doceerde ook Nederlandse taalbeheersing in de rechtsfaculteit, en werkte mee aan het welsprekendheidscentrum van J.Florquin. Zijn interesse voor wat toen nog als vak “fonetiek” heette, en waarin hij te Leuven de notie “fonologie” introduceerde, was een logisch gevolg van zijn interesse in de dialectstudie en de studie van de klankverschuivingen in het Oudgermaans.

Vanuit de invalshoek van de fonetiek, maar ook vanuit zijn all-round interesse voor alle nieuwe evoluties in de linguïstiek werd hij dan ook lid van het driemanschap (Knops-Tyberghein -Van Coetsem) dat in 1965 de logopedie te Leuven oprichtte. Hij richtte ook mee het laboratorium van G.Forrez op, dat toen nog gehuisvest was in het instituut voor psychologie in de Tiensestraat, niet ver van het oude instituut voor fonetiek. Dit instituut voor fonetiek functioneerde binnen het instituut voor fysiologie in de Dekenstraat, de plaats waar het allereerste taallaboratorium van de universiteit was, en waar studenten in akoestische cabines hun uitspraak van het Nederlands konden bijschaven. Binnen de logopedie doceerde Van Coetsem fonetiek en algemene taalkunde.

In 1968 echter verliet hij het oude continent, eerst om een jaar gasthoogleraar te worden, en daarna om voorgoed hoogleraar te worden aan de befaamde, in Ithaca N.Y. gevestigde Cornell University, waar hij het Oudgermaans en zijn dialecten zou doceren en tal van proefschriften leidde. Hij gaf zijn toga aan de familie Grootaers terug, en werd Amerikaans staatsburger. Maar zijn aandacht voor de Nederlanden en het Nederlands is nooit verflauwd. Tot in zijn laatste geschriften is hij wetenschappelijke inspiratie blijven putten uit het dialect van zijn streek, uit het Nederlands en het Afrikaans, en citeerde hij uit Nederlandstalige publicaties van zijn oud-studenten. Hij onderhield ook een levendige correspondentie met tal van zijn oud-studenten, en speciaal met zijn collega O.Leys uit de Leuvense Germaanse filologie onderhield hij wetenschappelijke en vriendschappelijke contacten tot aan zijn dood.
Veel van zijn leerlingen bezetten thans leerstoelen in en buiten de Verenigde Staten. In 1989 trok hij zich uit het universitair bedrijf terug.

Vooral na de dood van zijn vrouw in 1993, leidde hij in zijn woning in Ithaca een erg teruggetrokken leven dat helemaal aan de persoonlijke en wetenschappelijke studie was gewijd, en waarin hij nog nieuwe domeinen wilde verkennen. In de laatste periode van zijn leven schreef hij trouwens nog vijf belangrijke werken in boekvorm: Loan Phonology 1988, Ablaut and Reduplication in the Germanic Verb 1990, The Vocalism of the Germanic Parent Language 1994, Towards a Typology of Lexical Accent 1996, A General and Unified Theory of the Transmission Process in Language Contact 2000. Een laatste werk Topics in Contact Linguistics was nagenoeg klaar toen hij stierf.

Frans Van Coetsem was een groot taalgeleerde en een groot mens. Voor zijn studenten was hij streng en veeleisend: het was heus niet de periode waarin de beginnende Neerlandicus zich dialectklanken of spelfouten kon veroorloven! Maar streng was hij vooral voor zichzelf: hij had een grote werkkracht en was enorm belezen. Hij was een ware autoriteit in zijn vele specialismen: Nederlandse taalkunde, dialectstudie, Oudgermaanse taalkunde, taalcontactstudie. Werkelijk wereldberoemd werd Van Coetsem met zijn studie over het Gotisch en zijn verklaring voor de tot dan toe raadselachtig gebleven e2-klank in deze taal.

Maar naast zijn bekwaamheid in zijn eigen specialismen was ook zijn openheid van geest legendarisch: hij moedigde studenten aan om nieuwe paden te betreden, onder zijn impuls vonden zijn leerlingen de weg naar: kindertaalstudie, tweetaligheidsstudie, psycholinguïstiek, dictie, welsprekendheid en zoveel meer. Zo lag hij samen met Joos Florquin, Fons Fraeters, Annie Van Avermaet aan de basis van het populaire T.V.-programma “Hier spreekt men Nederlands”. Zo publiceerde hij voor de studenten bij Acco een fonetische platenatlas, waarin voor het eerst radiografische contrastfoto’s van de Nederlandse klinkeruitspraak te zien waren, die had hij zelf gerealiseerd.


Hij hield met zijn doctoraatsstudenten geanimeerde discussies, en zijn scherpzinnige en kritische opmerkingen waren steeds een goudmijn voor verdere inspiratie. Die discussies hield hij bij hem thuis, de studenten werden daarbij door mevrouw Van Coetsem gastvrij voorzien van een natje en droogje, iets wat in die tijd in de relatie professor-student heel ongebruikelijk was. Hij was daarbij ook erg geïnteresseerd in wat de jongere generatie dacht over politiek, godsdienst, de universiteit, het leven… . Over dit alles had hij zelf ook uitgesproken meningen die hij niet placht weg te steken, maar hij verwachtte absoluut niet dat je die ook zou delen. Zijn vertrek uit Leuven werd dan ook door de logopedie, door vele studenten, en ook door mijzelf als een groot persoonlijk verlies aangevoeld.
Maar wij gedenken hem.

Annemarie Schaerlaekens