U bent hier: Home / _miscellaneous / Beroemde KU Leuven-alumni

Beroemde KU Leuven-alumni

Bekende gezichten

Op Wikipedia is er een heuse lijst van beroemde KU Leuven-alumni. Ook op Twitter kan je er een heel aantal volgen.

Enkele van onze bekende en minder bekende alumni schreven ook mooie getuigenissen over hun lidmaatschap.

Wist je dat onderstaande bekende gezichten allemaal KU Leuven-alumni zijn?

Historisch beroemde Leuvenaars en KU Leuven-alumni:

FlorenzoonAdriaan Florenszoon Boeyens

Adriaan Florenszoon Boeyens werd in 1459 geboren in Utrecht en zou in 1522 verkozen worden tot Hadrianus VI, de eerste en vooralsnog enige Nederlandse paus in de geschiedenis.
Adriaan heeft het grootste deel van zijn leven in Leuven doorgebracht, eerst als student (vanaf 1476), later als professor in de theologie (vanaf 1489). In 1507 werd hij ook belast met de opvoeding van de toekomstige Keizer Karel, die hem in 1515 naar Spanje stuurde. Adriaan werd er bisschop van Tortosa en weldra ook kardinaal. In 1522 werd hij onverwacht tot paus verkozen, maar hij zou reeds een jaar later overlijden
Bij testament bestemde Adriaan zijn bezittingen voor de stichting van een college in zijn Leuvense woning in de Meierstraat, het latere Hadrianus- of Pauscollege (vandaag op het Hogeschoolplein).

 

ErasmusDesiderius Erasmus

Geboren ca. 1466 in Rotterdam als kind van een priester en geplaatst in een klooster, werkte Erasmus zich op tot een van de meest toonaangevende theologen en denkers van zijn tijd. Zijn grootste verdienste bestond in een kritische uitgave in 1516 van de bijbel in de originele taal (het Grieks) met een eigen Latijnse vertaling. Meest bekend bleef hij omwille van “De lof der zotheid”, een satirische zedenschets van de toenmalige maatschappij (1509).
Erasmus verbleef geregeld in Leuven en stichtte daar in 1517 Het Drietalencollege, bestemd voor de studie van het Latijn, het Grieks en het Hebreeuws.
Erasmus overleed in 1536 in Bazel. Naar hem werden talloze gebouwen, scholen, universiteiten, ziekenhuizen, academische prijzen en projecten genoemd. Hij heeft ook een standbeeld in Leuven, niet ver van de Vismarkt, waar zijn Drietalencollege gevestigd was.

 

Filips_Van_OranjeFilips Willem van Oranje

Filips Willem van Oranje werd geboren in Buren in 1554 als oudste zoon van Willem de Zwijger en Anna van Buren. Zijn naam Filips ontleende hij aan zijn peter,  koning Filips II.
Op 11-jarige leeftijd – in 1566 – begon hij zijn studies aan de universiteit van Leuven, maar in dat jaar brak de beeldenstorm uit en vluchtte zijn vader voor de repressie. Hij nam afscheid van zijn zoon in Leuven (Redingenstraat), in de overtuiging dat de rectorale rechtbank hem wel zou beschermen. Maar op advies van kardinaal Granvelle werd de jongen in 1567 naar Spanje ontvoerd.
Filips Willem studeerde verder aan de universiteit van Alcalá de Henares nabij Madrid en bleef als gijzelaar in Spanje tot 1596. Pas dertig jaar na zijn ontvoering mocht hij samen met aartshertog Albrecht naar de Nederlanden terugkeren. Hij erfde nu ook de zuidelijke bezittingen van zijn vader, zoals het prinsdom Orange en de heerlijkheid Diest. Een huwelijk bleef kinderloos. Bij testament liet hij al zijn bezittingen na aan zijn halfbroer, Maurits van Nassau. Na zijn overlijden in 1618 werd hij begraven in de Sint-Sulpitiuskerk in Diest.

 

MercatorGerardus Mercator

Gerardus Mercator is de Latijnse vorm van Gerard De Cremer, geboren in Rupelmonde in 1512. Hij zou uitgroeien tot de beroemdste cartograaf aller tijden. In 2005 eindigde hij als “grootste Belg” op de achtste plaats.  
Mercator bracht zijn jeugd door in Gangelt (Duitsland), waar zijn vader schoenmaker was. Hij studeerde in ’s Hertogenbosch en in Leuven, waar hij meester in de artes werd in 1532. Hij zou in Leuven blijven wonen – niet ver van de Vismarkt -, ook nadat hij in 1544 in de gevangenis belandde op beschuldiging van Lutherse sympathieën. Pas in 1552 verhuisde hij met zijn gezin naar Duisburg, waar hij in 1594 zou overlijden.
Mercator bekwaamde zich in de graveerkunst en vestigde zijn naam door zijn kaart van Vlaanderen (1540), een aardglobe (1541), een helmelglobe (1551), een kaart van Europa (1554) en een wereldkaart (1569), waarin hij voor het eerst de Mercatorprojectie toepaste, die bijzonder geschikt is voor de zeevaart. Nadien werkte hij aan een wereldatlas en schreef een kosmografie.

 

VesaliusAndreas Vesalius

Andreas Vesalius is de Latijnse vorm van Andries van Wesele, geboren in 1514 in Brussel. Hij wordt beschouwd als de grondlegger van de anatomie. In 2005 eindigde hij als “grootste Belg” op de zesde plaats.
Vesalius heeft een voorgeslacht van geneesheren, tevens heren van Steenbergen (het huidige Zoet water). Zijn overgrootvader was professor in Leuven, zijn grootvader lijfarts van keizer Maximiliaan I, zijn vader apotheker en kamerheer van keizer Karel V. Andreas behaalde zelf zijn graad in de geneeskunde in Leuven in 1536. In dat jaar roofde hij ook het lijk van een gehangene op de Galgenberg. Hij ontdekte enkele frappante verschillen met de leer van Galenus (2e eeuw na C.), dé autoriteit over anatomie.      
In 1537 werd Vesalius leraar anatomie in Padua. In 1543 publiceerde hij zijn meesterwerk “De humani corporis fabrica”, waarin duidelijk werd dat Galenus zijn leer had gebaseerd op dieren, vooral apen. Vesalius werd lijfarts van Keizer Karel en later van Filips II. Na een pelgrimstocht naar het Heilig land in 1564 leed hij schipbreuk. Hij bereikte nog het Griekse eiland Zacynthus, maar overleed aldaar.

 

FrisiusGemma Frisius

Gemma Frisius werd in 1508 geboren in Dokkum (Friesland) als Jemme Reinerszoon. Hij stamde uit een arm gezin, was als kind kreupel, maar is daarvan genezen. Hij werd een vermaard wiskundige en astronoom, en had een geweldige invloed op tal van beroemde mannen als Mercator, Vesalius, Dodoens en John Dee.
Gemma Frisius studeerde in Leuven, werd “magister artium” in 1528 en doctor in de geneeskunde in 1541. In 1533 verscheen van zijn hand een methode van driehoeksmeting, die de basis zou vormen van de moderne cartografie. Tevens bedacht hij een methode om de lengtegraad op zee te bepalen met behulp van een uurwerk, maar het zou nog 200 jaar duren eer die in de praktijk werd gebracht. In 1540 publiceerde hij een handboek voor rekenkunde dat meer dan 70 uitgaven kende. Gemma Frisius was ook de eerste Leuvense professor die de ideeën van Copernicus verdedigde.
Gemma Frisius huwde in 1534 met de buitenechtelijke dochter van een geestelijke. Zijn oudste zoon Cornelius werd later eveneens professor in de geneeskunde. Gemma Frisius overleed in 1555 in Leuven ten gevolge van nier- en blaasstenen.

 

VerbiestFerdinand Verbiest
Ferdinand Verbiest, missionaris in China, werd in 1623 geboren in Pittem, waar ook een standbeeld van hem staat. Beroemd is zijn hemelglobe in Peking, waarvan een replica staat in het Leuvense Atrechtcollege. Mede in herinnering aan Ferdinand Verbiest kent Leuven vandaag een groot aantal Chinese studenten.
Verbiest studeerde in Leuven de artes, maar trad in 1641 toe tot de Jezuietenorde in Mechelen. Hij vervolgde zijn  studies in Leuven, waar hij vertrouwd geraakte met de atsronomie. Nadien studeerde hij theologie in Sevilla en Rome. In 1659 werd hij als missionaris naar China gezonden, waar hij omwille van zijn astronomische kennis wist door te dringen tot het keizerlijk hof in Peking. Hij was mede verantwoordelijk voor een hervorming van de Chinese jaarkalender, ontwierp kanonnen voor het Chinese leger en bedacht de allereerste auto die op stoom kon rijden.
Uiteindelijk werd hij benoemd tot mandarijn en overtuigde de keizer ervan het christendom in China toe te laten. Verbiest overleed in 1688 na een val van zijn paard. De keizer betaalde het mausoleum waarin hij werd begraven.

 

LipsiusJustus Lipsius
Justus Lipsius werd in 1547 geboren in Overijse als Joost Lips. Hij zou zich ontplooien tot de meest beroemde humanist, filoloog en historiograaf van zijn tijd. Hij kreeg in Leuven een standbeeld, terwijl ook en straat naar hem werd genoemd. 
Lipsius studeerde vanaf 1564 in Leuven en zat op kot bij het echtpaar Hendrik en Anna Lottyns-Vande Calstere. Toen Anna later weduwe werd, zou Lipsius met haar trouwen (1573). Eerder verbleef hij enkele jaren in Rome en ontwikkelde een passie voor de Oudheid, vooral voor de geschriften van Seneca en de Stoïcijnen. In 1575 werd hij in Leuven licentiaat in de rechten. In 1578 trok hij met zijn vrouw naar het Noorden en werd professor aan de pas gestichte Calvinistische universiteit van Leiden. Hij schreef er zijn  voornaamste werken (De Constantia en Politica). Maurits van Nassau, zoon van Willem de Zwijger, woonde in zijn huis. Maar verteerd door heimwee, keerde hij in 1593 naar Leuven terug en werd er professor in geschiedenis en Latijn. In 1606 overleed Justus Lipsius kinderloos en werd begraven in de kerk van de minderbroeders. Zijn echtgenote zou hem nog dertien jaar overleven.

 

BoutsDirk Bouts
Dirk Bouts werd omstreeks 1410 geboren in Haarlem, maar zijn naam bleef vooral met Leuven verbonden. Hij wordt beschouwd als een van de belangrijkste Vlaamse primitieven en staat bekend als de “schilder van de stilte”.
Bouts vestigde zich in 1448 in Leuven en trouwde nog hetzelfde jaar met de rijke Catharina Van der Brugghen. Zij schonk hem twee meisjes die in het klooster traden en twee jongens die beiden schilder zouden worden.  Na haar dood in 1473 zou Bouts nog hertrouwen met de dochter van de burgemeester, maar hij overleed zelf al in 1475. Hij werd begraven in het klooster van de minderbroeders, vlak bij zijn woonhuis in de Minderbroedersstraat..
In 1464 schilderde Bouts het magistrale drieluik “Het laatste avondmaal”.  Opvallend zijn de evenwichtige compositie, het rijke kleurenpalet en de ingetogen sfeer. Bouts was tevens de eerste schilder van de Nederlanden die in zijn werk vluchtpunten gebruikte en aldus het perspectief introduceerde. De meeste van zijn werken raakten verspreid over de hele wereld, maar Het laatste avondmaal bevindt zich nog steeds op de plek waarvoor het bestemd was: de kapel van het Heilig Sacrament in de St-Pieterskerk.

 

MeunierConstantin Meunier
Constantin Meunier werd geboren in Etterbeek in 1831 en groeide uit tot een van de meest sociaal bewogen beeldhouwers van zijn tijd. Aanvankelijk koos hij voor de schilderkunst en borstelde vooral religieuze thema’s en historiestukken. Maar in 1870 kreeg hij de vraag een reeks illustraties te maken over de mijnstreek en ontdekte hij het “zwarte Land” en het hard labeur van de arbeiders. Sindsdien werd zijn kunst veel rauwer en realistischer. Vanaf 1883 begon hij te beeldhouwen, omdat hij zo de thematiek van de arbeider expressiever tot uiting kon brengen.
In 1887 werd Constantin Meunier leraar aan de Leuvense academie. Bevrijd van geldzorgen, werkte hij zeer intens en zou in Leuven zijn beroemdste werken creëren, zoals Puddelaar, Grauwvuur of Monument van de arbeid. Zijn atelier was gevestigd in het anatomisch theater op de hoek van Kapucijnenvoer en Minderbroedersstraat. In die jaren verwierf de beeldhouwer ook internationale faam.
In 1895 keerde Meunier terug naar Brussel en in 1900 vestigde hij zich in Elsene, waar hij overleed in 1905. In Elsene is vandaag het Constantin Meuniermuseum gevestigd, maar de originele atelierplaasters van zijn beroemdste werken vind je in het Museum M in Leuven.

 

LemaitreGeorges Lemaître
Georges Lemaître werd geboren in 1894 in Charleroi. Hij is de grondlegger van de oerknal-theorie, die door tegenstanders spottend “big bang” werd genoemd, maar ondertussen algemeen aanvaard is.
Lemaître studeerde in Leuven voor mijningenieur, maar die studie moest hij onderbreken om te gaan vechten aan het IJzerfront. Na de oorlog koos hij voor wis- en natuurkunde en in 1920 zelfs voor een priesteropleiding in Mechelen. Gewijd in 1923, reisde hij de wereld rond en maakte kennis met alle grote astronomen. In 1927 behaalde hij een doctoraat in de natuurkunde en schreef een artikel over het uitdijende heelal. In 1931 formuleerde hij voor het eerst de theorie van de oerknal, maar stuitte daarmee op algemene scepsis. Zijn priesterschap betekende voor vele wetenschappers een obstakel, omdat hij ervan verdacht werd de schepping te willen bewijzen.
Na zijn doctoraat werd Lemaître professor in Leuven en bleef aan de slag tot aan zijn emeritaat in 1964. In 1958 introduceerde hij nog de allereerste computer aan de universiteit, die hij ook volledig zelf programmeerde. Na zijn dood in 1966 werd zijn naam lange tijd doodgezwegen, maar omdat hij ondertussen gelijk kreeg, werd hij in ere hersteld.

 

Van_de_WeyerSylvain Van de Weyer
Sylvain Van de Weyer werd geboren in Leuven in 1802 en zou later uitgroeien tot een van de grondleggers van de Belgische staat. Hij woonde een tijd in Amsterdam, maar toen zijn  vader in 1819 politiecommissaris werd benoemd in Leuven, keerde de familie terug. Sylvain studeerde rechten in Leuven en werd in 1823 advokaat in Brussel. Van een kennis leerde hij Engels, wat de basis werd van zijn  carrière.
Tijdens de Belgische omwenteling in 1830 trad Van de Weyer toe tot het Voorlopig bewind en reisde hij over en weer naar Engeland om er de Belgische zaak te bepleiten. Op 15 november 1831 ondertekende hij namens België in Londen de onafhankelijkheidsverklaring. Nadien bleef hij Belgisch ambassadeur in Londen, maar hij was ook Belgisch premier in 1845-46. Hij trouwde met de enige dochter van Joshua Bates van de Barings Bank, een van de rijkste mannen ter wereld. Van de Weyer overleed in Londen in 1874. 
In Leuven staat een indrukwekkend standbeeld van Sylvain Van de Weyer (door Charles Geefs). Het werd kort na zijn dood onthuld op het Stationsplein, maar na de Eerste Wereldoorlog verhuisde het naar het Ladeuzeplein. Toen daar in 1988 een ondergrondse parking werd aangelegd, verhuisde het alweer en staat nu (voorlopig?) op de Kapucijnenvoer.

 

MinckelersJan Pieter Minckelers
Jan Pieter Minckelers werd in 1748 geboren in Maastricht en staat bekend als de uitvinder van het lichtgas. Aan de Leuvense universiteit studeerde hij de artes en gaf daarin al les toen hij pas 23 jaar oud was. Hij doceerde vooral experimentele fysica in de Valk (Tiensestraat). In 1789 joeg de Brabantse omwenteling hem op de vlucht naar Maastricht, waar hij de apotheek van zijn vader overnam. Hij overleed aldaar in 1824. 
Toen in 1783 de eerste heteluchtballon opsteeg in Frankrijk, vroeg de hertog van Arenberg aan de Leuvense artesfaculteit om op zoek te gaan naar een beter procédé. Minckelers testte 55 grondstoffen en ontdekte dat gas uit steenkool ideaal was. Nog hetzelfde jaar lanceerde hij in het kasteel van Arenberg met succes een ballon op steenkoolgas. In 1784 schreef hij zijn beroemde “Mémoire sur l’air inflammable”. Hij ontdekte tevens de toepassing om met steenkoolgas licht te maken, wat aanleiding zou geven tot een wereldwijde toepassing.   
Omdat Minckelers de commercialisering van zijn uitvinding aan anderen overliet, werd hij als grondlegger pas erkend in de 20ste eeuw, maar ondertussen had hij al wel een standbeeld gekregen in Maastricht (1904) en in Heverlee (1948), waar hij samen met de hertog van Arenberg wordt afgebeeld.

 

RegaHenricus Josephus Rega
Henricus Josephus Rega werd geboren in 1690 in Leuven en zou er wonen tot aan zijn dood in 1754. Hij wordt beschouwd als een reus in de medische wetenschap van zijn tijd. Rega studeerde medicijnen in Leuven en Parijs, waarna hij professor werd in Leuven. Hij schreef diverse boeken, waarin hij steeds pleitte voor observatie en experiment. Door zijn toedoen liet de faculteit van geneeskunde in 1743 een anatomisch theater bouwen (op de hoek van Capucijnenvoer en Minderbroedersstraat), een achthoekig gebouw dat tot op heden bestaat. Ook de kruidtuin en een goede medische bibliotheek kwamen er op zijn verzoek.
Rega werd als clinicus druk geraadpleegd door de groten van zijn tijd. Hij werd zelfs geroepen bij het ziekbed van maarschalk Maurits van Saksen, de aanvoerder der vijandelijke Franse legers. Uit dankbaarheid zou de man in 1746 Leuven van verwoesting sparen. Overladen met eerbewijzen en omringd door luxe in zijn woning in de Parijsstraat, overleed Rega op 64-jarige leeftijd.
In herinnering aan Rega werd in 1954 een nieuw onderzoeksinstituut van de universiteit naar hem genoemd. Daarnaast bestaat er ook een Rega-hogeschool, departement van de Katholieke Hogeschool Leuven.

 

HelputteJoris Helleputte
Joris Helleputte werd in 1852 in Gent geboren als zoon van een bakkersgast, maar zou zich ontplooien tot een van de meest prominente architecten én politici van het land. Na briljante ingenieursstudies in Gent werd hij al op 22-jarige leeftijd professor architectuur in Leuven. In zijn atelier in de Minderbroedersstraat ontwierp hij talloze gebouwen in de typische neogotische stijl van de radicale katholieken. Zijn huwelijk met de zus van de vooraanstaande Leuvense politicus Schollaert bezorgde hem nog meer aanzien.
Helleputte was behalve katholiek, ook traditionalistisch én flamingant. Hij was medestichter van de Boerenbond (1890) en van het Vlaams Katholiek Hoogstudentenverbond (1902). Hij was ook voorzitter van het Davidsfonds. Bovendien werd hij katholiek volksvertegenwoordiger voor het arrondissement Maaseik en was meermaals minister, o.m. van landbouw en van openbare werken. Een auto-ongeval in 1916 zou zijn rusteloze activiteit belemmeren. Bij zijn overlijden in 1925 kreeg hij een staatsbegrafenis in de Abdij van ’t Park.
Getuigen van zijn werk als architect zijn nog overal in Leuven te zien, zoals  het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte (Tiensestraat), het seminarie Leo XIII (Vesaliusstraat) en Het Justus Lipsiuscollege (Minderbroedersstraat).

 

MetsysQuinten Metsys
Quinten Metsys werd in 1466 geboren in Leuven (Mechelsestraat) als de zoon van een slotenmaker en kunstsmid. Toen zijn vader overleed, nam Quinten de smidse over, maar nadien legde hij zich toe op het schilderen, volgens een legende om de dochter van een schilder te kunnen huwen. Ten laatste in 1491 verhuisde hij naar Antwerpen, waar hij de eerste grote schilder werd van de Antwerpse school.
Quinten Metsys schilderde vooral religieuze taferelen, zoals de St-Anna-triptiek voor de Leuvense St-Pieterskerk (vandaag in Brussel), maar hij maakte ook naam als portretschilder, o.m. van Erasmus. Werken van deze Leuvenaar hangen in alle grote musea van de wereld. Beroemd is ook de “put van Quinten Metsijs” in smeedijzer nabij de Antwerpse kathedraal, waarin de legende van Brabo wordt uitgebeeld. Quinten Metsijs had twee zonen (Jan en Cornelis), die eveneens kunstschilder zijn geworden. Hij overleed in 1530 in Antwerpen. Aan de Amerikalei aldaar staat een standbeeld van de kunstschilder.
Leuven heeft de nagedachtenis van Metsys minder in ere gehouden. In 1543 werd zelfs zijn zus Catharina levend begraven, haar man levend verbrand. Hun enige schuld was het feit dat ze de bijbel hadden gelezen. In de 19de eeuw werd wel een nieuw plein in Leuven naar Quinten Metsys genoemd.

 

E_ClaesErnest Claes
Ernest Claes werd in 1885 geboren in Zichem als jongste zoon in een groot landbouwersgezin. Hij zou uitgroeien tot de meest geliefde auteur van Vlaanderen. Zijn oeuvre telt honderden titels, maar het meest succesrijke boek werd “De Witte van Zichem”, dat ook twee maal werd verfilmd. In de tuin van de Faculteit Letteren in Leuven staat een beeld van De Witte (1986 door René Rosseel). 
Toen hij twaalf jaar was, werd Ernest Claes drukkersgast in de abdij van Averbode. Daar ontdekten de paters zijn scherp verstand en stuurden hem naar het college in Herentals. Daarna studeerde hij Germaanse filologie in Leuven. Hij werd hoofdredacteur van "Ons Leven" en voorzitter van het Algemeen Katholiek Vlaams Studentenverbond. In 1912 promoveerde hij tot doctor in Letteren en Wijsbegeerte. Later woonde hij in Brussel, waar hij werkte als ambtenaar bij het parlement.
Ernest Claes overleed in Brussel in 1968 en werd begraven in Averbode, maar ondertussen had hij zowat alle gebeurtenissen van zijn rijkgevulde leven uitvoerig verteld, waaronder ook zijn Leuvense jaren in twee prachtige boeken: “Ik was student” (1957) en “Leuven. O dagen, schone dagen!” (1958).

 

P_de_SomerPieter De Somer
Pieter De Somer werd geboren in 1917 in Niel bij Geraardsbergen. Hij werd later een vermaard medicus en wetenschapper, maar vooral de eerste leek die rector werd van de katholieke universiteit van Leuven.
Pieter de Somer studeerde in Leuven geneeskunde en specialiseerde zich nadien in microbiologie en immunologie. In 1944 lag hij mee aan de basis van een labo in Genval dat wereldwijd bekend raakte door de ontwikkeling van vaccins. In 1954 richtte hij ook in Leuven een onderzoeksinstituut op (Rega), waar o.m. een poliovaccin werd ontwikkeld. Professor sinds 1955, werd hij in 1966 aangesteld als pro-rector van de Nederlandstalige afdeling van de universiteit. Toen de universiteit in 1968 splitste, werd hij rector van de Vlaamse universiteit en bleef dat tot aan zijn dood. Hij zou later het universitair ziekenhuis Gasthuisberg oprichten en verdedigde nog – kort vóór zijn overlijden in 1985 - de absolute academische vrijheid van onderzoek tegenover paus Johannes XXIII.
In 1989 werd een nieuw en groot auditorium (Deberiotstraat) naar hem genoemd. Aan de ingang staat zijn buste (door Vic Gentils). Een officieel portret (door Jan Vanriet) hangt in de promotiezaal van de universiteit.

 

Pater_DamiaanPater Damiaan
Jozef De Veuster werd in 1840 geboren in een boerengezin uit Tremelo. Als Pater Damiaan, de “apostel der melaatsen”, zou hij later internationale roem oogsten. In 2005 werd hij in eigen land verkozen tot “De grootste Belg aller tijden”.
De Veuster wilde missionaris worden en trad daarom in 1860 toe tot de Congregatie van de Heilige Harten (Picpussen) in Leuven. Hij koos zich de broedernaam Damiaan. In 1864 vertrok hij naar Hawaï en deed er parochiaal werk. Daar vernam hij dat de melaatsenkolonie op Molokaï nooit een priester te zien kreeg en voegde zich in 1873 bij de toen 816 leprozen. Hij bouwde een kerk, een school en huizen en reorganiserde de verwilderde gemeenschap. Toen later de prinses van Hawaï de nederzetting bezocht, bracht ze de wereld op de hoogte van Damiaans inspanningen. Toen Damiaan in 1889 zelf aan lepra overleed, werd hij reeds door velen als een heilige beschouwd, maar dit werd pas in 2009 door het Vaticaan bevestigd.
Damiaan kreeg in Leuven reeds in 1894 een standbeeld (door Constantin Meunier). In 1936 werd zijn lichaam gerepatrieerd en plechtig bijgezet in de St-Antoniuskerk (Pater Damiaanplein). In 1995 werd zijn rechterhand als relikwie aan Molokai geschonken.

 

CoutereelPieter Coutereel
Pieter Coutereel werd ca. 1320 geboren en zou er als eerste in slagen om de almacht van de patriciërs in Brabant te breken. Hij was van eerder bescheiden komaf, maar toch benoemde de hertog hem in 1348 tot zijn vertegenwoordiger (meier) in Leuven. Als meier was Coutereel o.m. hoofd van de politie en belast met de uitvoering van straffen.
In die tijd beleefde Leuven een scherpe achteruitgang van de textielindustrie, wat leidde tot een volksopstand in 1460. Pieter Coutereel nam de leiding en liet de voornaamste notabelen opsluiten. Hij verscheurde hun privileges en verdeelde het stadsbestuur voortaan onder vier vertegenwoordigers van de patriciërs en drie van de ambachten. De patriciërs behielden dus het overwicht, maar zij zouden dit compromis nooit aanvaarden. In 1364 herwonnen ze hun politiek monopolie en werd Coutereel uit Brabant verbannen. In 1369 mocht hij naar Leuven terugkeren, waar hij kort na 1373 arm en vereenzaamd zou overlijden.
Op socialistisch initiatief werd in 1936 een standbeeld van Pieter Coutereel (door Georges Vandevoorde) ingehuldigd op het Smoldersplein, vlak tegenover het gerechtshof, dat immers symbool staat voor rechtvaardigheid en gelijkheid.

 

ArtoisJohanna Maria Artois
Johanna Maria Artois (geboren 1762) was de kleindochter van Sebastiaan Artois, die in 1717 de brouwerij Den Horen had gekocht. Het beheer ging over van vader op zoon, tot en met Leonard Artois, de broer van Johanna Maria. Op dat ogenblik was de brouwerij de grootste in het Franse keizerrijk en leefde de familie Artois vorstelijk op haar landgoed in Wespelaar. Maar Leonard overleed kinderloos in 1814.
Johanna Maria nam de brouwerij over en zou het bedrijf loodsen door het Hollands bewind (1815) en de Belgische revolutie (1830). Zij kreeg daarbij de hulp van haar man, Jean-Baptiste Plasschaert, gewezen burgemeester, en van haar raadsman Matthieu Verlat, gewezen professor. Maar toen beiden in 1821 overleden, stond ze er alleen voor. Bij testament liet ze al haar bezittingen (ter waarde van 200.000 gulden) na aan Albert Marnef, de neef van haar vroegere raadsman. Ze bleef echter met succes het bedrijf leiden tot aan haar dood in 1840.
Zowel het symbool van de hoorn als de naam Artois bleven verbonden met de brouwerij, die ondertussen (als Anheuser-Busch-Inbev) de grootste ter wereld is geworden. Als eerbetoon aan de laatste Artois gaf Leuven een nieuw plein nabij de Vaart de naam van Johanna Maria Artois.

 

ParidaensCicercule Paridaens
Cicercule Paridaens (geboren in Mons in 1769) zou haar naam schenken aan een van de grootste scholen van Leuven. Ze trad in bij de “Filles de Notre Dame” in Mons, een onderwijscongregatie, maar die werd door de Franse revolutie afgeschaft. Daarop trok Paridaens naar Leuven, waar ze vanaf 1800 probeerde een meisjespensionaat op te richten. Het zou pas lukken bij een derde poging.
Cicercule Paridaens huurde in 1805 het leegstaande Iers college aan de Sint-Antoniusplaats (vandaag Damiaanplein) en richtte er in het geheim een kloostergemeenschap op. Naar buiten uit ging het enkel om juffrouwen die samenwoonden om les te geven. De belangstelling was zo groot dat ze weldra een nog groter pand huurde op hetzelfde plein: het stijlvolle Hollandcollege. Ze begon nu ook met een externaat. In 1834 werd de religieuze congregatie erkend en kon Paridaens het Hollandcollege aankopen en starten met verbouwingswerken. Zij overleed in 1838.
De Dochters van Maria zouden nog veel meer scholen openen, tot in Amerika toe.  In Leuven openden ze o.m. een school voor lager en beroepsonderwijs (Miniemen, 1841) en een internaat voor meisjesstudenten (Atrechtcollege, 1921-1979).