Mededelingenblad van de Leuvense Germanisten
Jaargang 13 (2000)

Naar overzicht

Els Beerten (promotie 1981)
"Nu schrijf ik gewoon mijn verhaal"

In 1981 studeerde Els Beerten aan de Katholieke Universiteit Leuven af als licentiate in de Germaanse talen. Daarna bleven taal en literatuur een belangrijke rol in haar leven spelen. Ze schrijft namelijk jeugdboeken, ze is leerkracht Nederlands en Engels, en ze is getrouwd met Koen Jaspaert, voormalig prof sociolingu´stiek aan de K.U.Leuven, en nu Algemeen secretaris van de Nederlandse Taalunie. Ze is ook nog moeder van drie kinderen. Over al die facetten wilden wij wel eens wat meer weten.

Was het omdat u wilde gaan schrijven dat u Germaanse talen studeerde?

Ik schreef als tiener wel voor mezelf, en verzorgde bijdragen voor het jeugdmagazine Top, maar “schrijven” vond ik toen geen echt beroep. Advocaat, kinderarts, psycholoog of actrice, dat waren beroepen die mij wel aanspraken. Maar diep in mezelf heb ik altijd geweten dat ik het allerliefst wou lesgeven. Ik koos voor Nederlands en Engels omdat het contact met de leerlingen bij die vakken zeer intens kan zijn. Ik wilde en wil iets met die jongeren doen. Natuurlijk kreeg ik door Germaanse talen te studeren een stevige basis in de taal- en letterkunde, en ik besefte toen ook dat mijn schrijven er beter van zou worden. Na het analyseren van al die boeken let je er onbewust wel op dat je karakters rond zijn en je verhaallijn goed loopt. Toch leer je het alleen maar door het zelf te doen.

Hebt u iets gemist binnen Germaanse talen?

Ik heb geen spijt over mijn keuze destijds. Germaanse talen is een algemeen menselijke studie, en ik vond het interessant genoeg. Aan de lessen van de professoren Doyen, Geerts, Van Gorp, Vlasselaers en Brems hou ik goede herinneringen over. Misschien moet er wat meer psychologie aan bod komen. Je leert met de jaren wel veel uit ervaring, en door met mensen te praten. Toch had ik daar graag vroeger al wat meer van meegekregen, en het was een verruiming om er in het vak Jeugdliteratuur mee in aanraking te komen. Maar het mocht nog meer zijn, liefst in een afzonderlijk vak. Ook geschiedenis mocht voor mij wat uitgebreider.

Beïnvloedt het feit dat u schrijft uw manier van lesgeven?

Ik merk inderdaad dat ik anders omga met literatuur. Ik ben er totaal niet voor om een boek een maand of langer grondig te analyseren. Jongeren van 16, 17 of 18 jaar lezen tegenwoordig niet meer zo graag, en ik wil hun beperkte interesse niet nog verder kapotmaken. Daarom kies ik iets uit de adolescentenliteratuur dat ik zelf goed vind, Jan Simoen of Anne Provoost bijvoorbeeld. We doen daar dan iets leuks mee, en de leerlingen mogen er zelf veel over praten. De laatstejaars moeten ook boeken lezen uit de volwassenenliteratuur, want ik wil toch beide vormen aanreiken. Daarnaast merk ik dat ik met veel zorg omga met de stijl van mijn leerlingen. Hun spel- en structuurfouten worden natuurlijk wel verbeterd, maar doordat ik zelf schrijf, respecteer ik dat iedereen zijn eigen stijl van schrijven heeft.

Hoe gaan uw kinderen om met literatuur?

Ik heb hun vroeger veel voorgelezen. Het is plezierig om op die manier met hen bezig te zijn. Je creëert zo een heel nauwe band met je kind. Zelf schijn ik het als kleuter trouwens ook leuk te hebben gevonden. Mijn dochter, Eva, is eigenlijk pas vanaf haar twaalfde veel beginnen te lezen. De twee jongens zitten liever voor de TV of de computer, of ze kiezen voor sport. Ze hebben het lezen met de paplepel binnengekregen, maar ze zijn er geen lezers door geworden. Misschien stonden er wel te veel boeken in huis, of was ons enthousiasme iets te gretig, wie zal het zeggen. Maar ze lezen – en begrijpen - wel de ingewikkelde handleidingen om computerprogramma's te installeren, ook al zijn ze nog maar 12 en 14. Misschien ervaren ze daar ook wel enig esthetisch genot bij?

Hoe vindt u de tijd om te schrijven? U hebt daarbuiten al een drukke agenda.

Op maandag heb ik vrij, dat is echt mijn schrijfdag. Dan schrijf ik tot de kinderen thuiskomen, of nog langer, als ik voel dat het echt goed gaat. Ik schrijf ook vaak “s avonds. Ik zou het echter niet de hele tijd kunnen schrijven. Als je schrijft, ben je immers helemaal weg, ben je een beetje “van de wereld” want je bent helemaal opgeslorpt door het boek dat je aan het schrijven bent, tenminste bij mij is dat zo. En ondertussen zijn de mensen om je heen met het dagelijkse leven bezig, waar jij ook een deel van bent. Die wereld wil ik vatten door te schrijven, maar ik wil hem niet vervangen door die papieren. En die kans zit er misschien in als je de hele dag schrijft. Ik heb het echter wel nodig om te schrijven. Het is een belangrijk middel voor me geworden om me te uiten, zij het natuurlijk op cryptische wijze. Daarbij wil ik ook graag iets maken, zodat mensen ernaar kunnen komen kijken en zeggen: "Wauw, dat is mooi". Mensen ontroeren of “bewegen” in dit geval door mijn woorden op papier, dat lijkt me een van de allermooiste dingen. Als ik niet goed was geweest in taal, had ik dat op een andere manier proberen te realiseren.

Put u uw inspiratie voor uw boeken uit uw eigen ervaring?

Mijn eerste boeken zijn inderdaad gegroeid rond een feitje uit mijn leven, meestal een herinnering aan vroeger. Het ging om dingen die ik graag kwijt wou, omdat ik het er op de een of andere manier moeilijk mee had. Ik dacht dat ik er zou komen door het in mijn boeken te verwerken. Maar dat therapeutisch schrijven bleek voor mij helemaal niet te helpen. Schrijven is wel een manier om met die zaken om te gaan, om te zien hoe ze in elkaar zitten, maar daarom voel ik mij achteraf nog niet beter. In het begin was ik dan ook teleurgesteld. Mijn laatste boeken zijn in dat opzicht anders. In In het donker is het veilig, bijvoorbeeld, vertrek ik niet vanuit mijn concrete leven, maar in de karakters steken toch weer veel aspecten van mezelf; elk personage is eigenlijk een stuk van mezelf. Je bent toch je grootste bron. Omdat je die aspecten zo goed kent, kun je er veel mee werken. Je voert in je boek een eigen strijd, en zo leer je tegelijk vaak ook nog inzicht krijgen in wie je bent.

Zijn er schrijvers die u erg bewondert?

Er is niemand van wie ik zeg: "Dat is nu mijn voorbeeld". Zo'n zin geeft me een akelig gevoel, alsof er iemand zou zijn die ik per se wil nadoen, terwijl ik net zo bezig ben om aan mijn eigen stijl te schaven. Er zijn natuurlijk wel schrijvers die ik goed vind. Toon Tellegen, bijvoorbeeld, vind ik erg ontroerend. Bart Moeyaert en Anne Provoost zijn ook heel goed. Deze laatste lijkt me enorm knap in het bedenken van plots en het uitwerken van een structuur. Daar ben ik wel jaloers op, maar zelf ben ik dan weer meer bezig met taal, en met het vinden van de juiste beelden. Wat de volwassenenliteratuur betreft, lees ik hoofdzakelijk Engelse boeken. Ik hou van de humor en de fijngevoeligheid waarmee angelsaksische auteurs de zware kanten van het leven of gewoon de kleinmenselijkheid beschrijven of behandelen. Zo teder vind ik ze vaak. Roddy Doyle vind ik erg goed, zoals in The Woman Who Walked into Doors. Of Kate Atkinson in Behind the Scenes at the Museum.

Hebt u een lievelingsboek?

Het zijn er eigenlijk twee. Nelly, het meisje met de rode haren heb ik ontdekt toen ik een jaar of twaalf was. Dat boek gaat over een meisje met ros haar, en ik had toen complexen, en ik dacht dat niemand mij graag zag, vanwege mijn haar. Het meisje was mooi, en heel goed, en ik wou toen ook de beste van de hele wereld worden. Dat boek heeft mij toen veel steun gegeven. Toen ik het onlangs teruglas, besefte ik hoe katholiek en indoctrinerend het boek is. Via de film Dead poets” society heb ik de gedichten van Walt Whitman herontdekt. In zijn visie op de verbondenheid van de mens met de natuur en met God herken ik mezelf. Die gedichten zijn echt prachtig.

Voor welke leeftijdsgroep schrijft u het liefst, of staat dat niet op voorhand vast?

Bij uitgeverij Zwijsen schreef ik in opdracht voor een bepaalde leeftijd. Daar heb ik veel bijgeleerd over de structuur. Ook de taal moest aan de vrij jonge lezers worden aangepast. Bij het Davidsfonds en Infodok mocht ik mijn zin doen. Ik heb bewust gekozen om voor verschillende leeftijden te schrijven, om te kijken wat mij het beste ligt. Nu schrijf ik gewoon mijn verhaal, en mijn uitgeverij (Querido) vindt dat prima. Maar daardoor is mijn stijl voor jonge kinderen te hermetisch geworden, logisch want ik richt me niet meer exclusief tot hen. Ik schrijf wel heel graag over kinderen. Hun wereld is zo boeiend en complex, en intrigeert me enorm. Ik wil erop neerkijken als volwassene en ontroerd raken door mijn personages, of geschokt omdat ze kleine duivels zijn.

Hoe verloopt het schrijven van een boek?

Ik vertrek van een idee, een scène in mijn hoofd. Ik zie mijn boeken in mijn hoofd, en dan ga ik het opschrijven zoals ik het zie. In het begin bedacht ik voor mezelf een bepaalde structuur. Als je jezelf echter verplicht je daaraan te houden, word je het slachtoffer van die structuur. Misschien vind ik een ingewikkelde en wel overwogen structuur gewoon niet prettig genoeg om te bedenken. Ik wil liever het genot ervaren met taal bezig te zijn. Met het gevolg dat mijn plots waarschijnlijk niet zo schitterend zijn. De ene keer gaat het schrijven ook al wat vlotter dan de andere keer. Daar zit bij mij geen regelmaat in. En nadat je de eerste definitieve versie van je boek naar de uitgever gestuurd hebt, kan er nog wel het een en ander aan veranderen. Soms denk ik dat we met de schrijvers bij Querido een zelfhulpgroep zouden moeten oprichten. Grapje, want zo erg is het natuurlijk ook weer niet! Maar de uitgeverij stelt heel hoge eisen, met als gevolg dat je boeken gewoon beter worden. Uiteindelijk ben jij als schrijver degene die schrijft en als jouw materiaal op niks lijkt, dan kan je een publicatie gewoon vergeten. Wat me erg logisch lijkt.

Hebt u tot slot nog enkele tips voor beginnende schrijvers?

Je moet veel oefenen, je verhalen af en toe laten lezen door anderen, en meedoen aan wedstrijden. Dat kan soms erg tegenvallen, maar je kan er ook erg door gestimuleerd worden. Het lijkt me belangrijk dat je respons krijgt van mensen die er iets over kunnen zeggen. Vroeger dacht ik dat je niet kon leren schrijven, dat je het in je moest hebben. In opdracht van de Koning Boudewijnstichting geef ik nu al een aantal jaren een Creatief-schrijfcursus aan voornamelijk allochtone jongeren en tot mijn verrassing merk ik dat je met vallen en opstaan wel heel wat kan leren. Door veel te schrijven kom je er wel achter wat je eigen taal is en of het je ligt, dat schrijven. Want het is lang niet altijd even leuk om te doen, hoor. En je moet zeker leren schrappen. Ik begreep wel wat professor Van Gorp indertijd bedoelde met “Leerstellen”, maar toen ik zelf ging schrijven, vulde ik aanvankelijk al die lege plekken toch zelf op. Je moet schrappen bij het schrijven, en er dan natuurlijk op letten dat je het juiste schrapt.

Mieke Demuynck &
Ann Hendrickx

Jeugdboeken van Els Beerten

1987 Scènes (Davidsfonds)
1987 Twee kastelen (Infodok)
1988 Een buik om in te kruipen (Davidsfonds)
1989 Een schat onder de vlag (Zwijsen)
1989 Teranga-Welkom (Zwijsen)
1989 Mijn hoofd zit te vol (Infodok)
1990 Mijn tweede solo (Zwijsen)
1992 Wat een stomme meester (Zwijsen)
1993 Simon (Davidsfonds)
1993 Grote kleine broer (Davidsfonds)
1994 Voorbij de blauwe lucht (Davidsfonds)
1995 Zoveel te zien, zoveel te horen (Davidsfonds)
1998 In het donker is het veilig (Querido)