Mededelingenblad van de Leuvense Germanisten
Jaargang 28 (2015) nr. 1

Naar overzicht

Miel Dekeyser (promotie 1954), journalist met hart voor Amerika

Miel Dekeyser

1944, Tweede Wereldoorlog. Miel Dekeyser, twaalf jaar, luistert dagelijks met zijn vader en diens buurman naar radioberichten over de Duitsers op de Nederlandse BBC. “Best leutig vond ik dat, zo over de Duitsers hun kop heen.” Het begon dan wel met ‘best leutig’, het eindigde met een boeiende journalistieke radio- en televisiecarrière, vele reizen in het buitenland, het ontmoeten van grote namen uit de geschiedenis en nog zoveel meer.

Miel Dekeyser bracht zijn middelbare schooltijd door op het Koninklijk Atheneum in Leuven, waar zijn interesse voor journalistiek opnieuw werd aangewakkerd. “Het Atheneum gaf een blad uit, en bij god, met een echte schoolse naam: Bergop. Onze klas begon dadelijk te werken aan een blaadje dat Bergaf moest heten. Het zat er dus toen al in en op die momenten denk je, da’s plezant hé, ik ben goed bezig.” Maar ook later, tijdens zijn studies Germaanse talen van 1950 tot 1954 aan de Leuvense Universiteit, wist Dekeyser de toon te zetten. Als tweedejaarsstudent richtte hij het blad Germania op dat nadien nog dertig jaar heeft bestaan. “Het vak leerde ik geleidelijk in Amerika: al werkend, kijkend en luisterend naar de media. Daar kan je in korte tijd behoorlijk wat opsteken van mensen met een naam.” Over zijn studiekeuze is Dekeyser niet enthousisast. “Ik zou misschien wel andere studies hebben gekozen. Niet Germaanse, want Engels dat leer je zo, Duits heb je amper nodig en Nederlands kan ik ook wel, denk ik. Ik zou geschiedenis studeren als ik mijn leven mocht herbeginnen.”

De eerste stappen naar een journalistieke carrière

Op zijn zeventiende kwam Dekeyser heel toevallig bij de radio terecht. “Ik had een prijsvraag ingestuurd. Vervolgens werd ik uitgenodigd om deel te nemen aan een quiz. Ik had wel wat inspiratie en dat vonden ze leuk. Op mijn zeventiende, in het voorlaatste jaar van het Atheneum, had ik een terugkerend contact met de Belgische omroep die toen NIR heette, het Nationaal Instituut voor Radio-omroep. Later heb ik examen afgelegd bij de toenmalige BRT (nu VRT).  Ik was bij de eerste vier van toch zo’n vijftienhonderd kandidaten. Bij de laatste proef was ik er niet door, waarna ik ben gaan lesgeven om toch mijn boterham te verdienen.” De acht jaren daarna heeft Dekeyser met veel voldoening Duits, Engels en Nederlands onderwezen aan economische richtingen. Intussen bereidde hij zich echter wel voor om opnieuw examen af te leggen bij de BRT. In 1960 werden deze voorbereidingen beloond, nadat hij dertienhonderd andere kandidaten achter zich gelaten had!

Alle gekheid op een bandje

De eerste zeven jaren van zijn BRT-loopbaan heeft Dekeyser humor op de radio gebracht in de vorm van cabaret. Samen met Jan Geysen, Jan Van Rompaey en Suus Verleyen werkte hij aan een programma dat elke zondag hoge luistercijfers haalde. In de loop der tijden heeft dat programma meerdere namen gekregen, zoals onder andere Toast en Alle gekheid op een bandje. Het leukste aspect van radio maken vond Dekeyser het interviewen. “Ik was meestal geïnspireerd, ik kon ‘ze vastzetten’. Een minder leuk aspect aan radio maken is dat je ook minder boeiende berichten moet maken. In een interview heb je direct contact, wat een flinke uitdaging is, want een interview is toch een beetje synoniem van ‘afhangen van’.” De bazen van Dekeyser zagen dat nieuwe programma echter wel als een geschenk, en in ruil hiervoor werd hem gevraagd om ook diezelfde zeven jaren Schooltelevisie te produceren. Allemaal leuk om te doen maar de uiteenlopende programma’s brachten vooral heel veel werk met zich mee. Hoewel zijn grootste passie radio was, heeft Dekeyser zijn journalistieke carrière toch afgesloten met televisie. “Ik ben geëindigd op de televisie met een documentairereeks die, en dat klinkt misschien een beetje verwaand, De Keuze van Dekeyser heette.”

The American Dream

In de journalistieke loopbaan van Dekeyser is, naast radio en televisie, nog een andere constante terug te vinden, namelijk de Verenigde Staten. “Dat zat waarschijnlijk in de familie. Toen mijn vader nog jong was, wou hij daar met zijn vrouw gaan wonen en werken. Maar tijdens de voorbereidselen begon de Tweede Wereldoorlog, waardoor het plan niet doorging. Ik dacht toen: als onze pa daar wil werken, dan zal het daar vast boeiend zijn. Dat idee is altijd zo’n beetje blijven hangen bij mij.” Die droom heeft Dekeyser dan ook waargemaakt: “Ik ben er de eerste keer naartoe geweest met een boot in het midden van de jaren 60 van de vorige eeuw. Wij hebben met onze filmploeg een nacht in de haven van New York gelegen met zicht op de stad en op de skyline. We zijn toen heel vroeg opgestaan om van de zonsopgang te genieten. Dat was een evenement.”

Die fixatie op de Verenigde Staten leidde ertoe dat Dekeyser het buitenland als zijn werkterrein ging verkiezen. “Tijdens de jaren 70 ben ik tien jaar lang oorlogscorrespondent geweest in onder andere Vietnam en Cambodja. Verder was er ook Noord-Ierland, waar ik bijna drie jaar ononderbroken ben geweest. Dat was deprimerend, er waren altijd doden mee gemoeid.” Naast die donkere herinneringen, is er voor Dekeyser één moment dat er in de positieve zin bovenuit stak. Hij was erbij in Florida toen de zoveelste raket naar de maan vloog. “Dat was iets ongelofelijks. Je moet denken: je zit op een tribune met een paar duizend journalisten en voor jou staat die raket klaar voor lancering. Als die raket vertrekt, davert de hele tribune, je telefoon springt van de tafel op de grond. En dat vanop vijf kilometer afstand. Da’s een flink eindje hoor. Dat heeft me verpletterd. Dat was een spektakel.”

Grote namen in het interviewrepertoire

De vele vliegreizen en de verschillende tijdzones ervoer Dekeyser als minder positieve aspecten van zijn beroep, maar die wogen zeker niet op tegen de vele bijzondere momenten die hij heeft beleefd. Tijdens zijn carrière heeft hij veel grote namen uit de hedendaagse geschiedenis het vuur aan de schenen mogen leggen. “Het is heel erg spijtig als je de persoon die je graag wil interviewen niet te pakken krijgt. Henry Kissinger is daar een voorbeeld van. Hij was de gewezen minister van Buitenlandse Zaken van Nixon, George H.W. Bush en zoon George W. Bush. Ik had in mijn hoofd gestoken dat ik hem zou interviewen. Iedere keer vroeg ik hem of ik nu eindelijk eens een gesprekje mocht hebben met hem, maar hij antwoordde steeds weer dat we daar nog op zouden terugkomen. Na een jaar of vijf had ik het opgegeven. En toen, op een NAVO-bijeenkomst in Brussel, kwam hij naar me toe en zei hij: ‘Well mister Dekeyser, why don’t you ask me for an interview?’ Dat was shocking.” Naast Kissinger heeft Dekeyser nog een heleboel andere prominente politici mogen interviewen. Onder anderen vader en zoon Bush, Reagan en Thatcher passeerden de revue. Dekeyser blijft er zelf heel nuchter onder. “De meeste staatshoofden zijn vrij toegankelijk. Je moet maar een beetje aandringen en je hebt ze. Dat is voor hen ook reclame. Ik mag daar niet te naïef in zijn.”

Dekeyser heeft ook nog dertien boeken geschreven, voornamelijk over actuele ‘hot topics’. “Eentje dat het goed deed, was een kritisch boek over de jonge Bush. Of tenminste, dat is wat de verkoopcijfers zeggen, want dat is jammer genoeg toch steeds de norm.” Een verrassende keuze in het rijtje echter, zijn Dekeysers boeken over zijn dwergpapegaai. Die waren voornamelijk in Nederland erg in trek maar in België bleven ze redelijk onbekend. “Ik heb ook nog een boek geschreven met mijn naamgenote Greet De Keyser. We waren collega’s en we zeiden wel eens tegen elkaar: waarom schrijven we niet eens samen een boek? En dat hebben we gedaan, een boek over Amerika.”

Eens journalist, altijd journalist

Vandaag is Dekeyser 82 en niet langer actief in het journalistieke veld. “Vijf jaar geleden heb ik een viervoudige hartoperatie ondergaan. Hoewel het goed afgelopen is, is mijn evenwichtsorgaan wel flink beschadigd. Sindsdien is mijn werklust enorm verminderd.” Maar toch heeft Dekeyser nog niet helemaal afscheid genomen van de journalistiek. Zijn brede interesse voor verdiepen en begrijpen is er nog steeds. “Ik lees nog veel, zowel kranten als boeken. Daarnaast kijk ik ook vaak naar documentaires op televisie of programma’s als Terzake. Ik kan niet anders dan de actualiteit blijven volgen, net als vroeger. Ik heb het altijd moeilijk gevonden om me van mijn werk los te maken. Je zou het eigenlijk wel een obsessie kunnen noemen.”

Als ‘oude rot’ in het vak, kijkt Dekeyser met enige vertwijfeling naar de hedendaagse berichtgeving. “Ik merk dat er al te vaak een spelletje van gemaakt wordt. Berichten moeten correct en betrouwbaar blijven, maar alles wordt vaak toch veel lichter benaderd. Het nieuws heeft een soort entertainmentwaarde gekregen. Pas op, het mag plezierig zijn, als het dat inderdaad ook is”. Maar Dekeyser is daarom niet het vroeger-was-alles-beter-type, integendeel. “Ik vind bijvoorbeeld dat Rudi Vranckx knap werk levert. Of Lieven Verstraete van Terzake of Annelies Beck. Er zijn er heel wat hoor.”

Dekeyser kijkt zonder meer tevreden terug op zijn drukke carrière en klaagt zeker niet. “Eigenlijk moet je continu met je werk bezig zijn. En ja, dat vergt gegarandeerd veel van je tijd, maar dat loont ook. En wat loont, wordt beloond. Ik vind het eigenlijk normaal dat je werk iets is wat je graag doet.” Dekeysers harde werk werd ook meerdere malen bekroond. “Of ik een goede journalist was? Da’s een stoute vraag. Er zullen natuurlijk wel wat flauwe bijdrages geweest zijn, maar als je je inzet om het elke dag goed te doen, dan kan je geen slecht werk afleveren. Doen wat je kan, vind ik elementair. En dat helpt vast en zeker om het ook goed te doen.”

Ulrike D’hauwer
Nina Degeest
Frieke Trompet